Programma 29 januari 2022

Op zaterdag 29 januari 2022 speelt Sinfonia Rotterdam Rachmaninov en Brahms in de grote zaal van de Doelen. Als aanvulling op het programma leest u hieronder een stuk geschiedenis over deze componisten. 

In verband met de coronamaatregelen hebben wij ons programma iets moeten aanpassen. 

Deze teksten zijn geschreven door Han van Tulder.

 

Op 29 januari spelen wij:

Concert 1: 17:00
    Brahms Symfonie nr.1 –  deel I & II
Rachmaninov Pianoconcert nr.2

Concert 2: 19:30
    Rachmaninov Pianoconcert nr.2
Johannes Brahms Symfonie nr.1 – deel III & IV

Hoekstenen van de romantiek


Sergei Rachmaninov (1873-1943)
Pianoconcert nr.2 in c, Op.18


Moderato, 2. Adagio sostenuto, 3. Allegro scherzando

Na de dood van Tsjaikovsky in 1893 werd het Russische muziekleven tot en met de Eerste Wereldoorlog gedomineerd door twee pianovirtuozen/componisten, die, hoewel gezamenlijk opgeleid, totaal verschillende richtingen uitgingen. Alexander Scriabin, aanvankelijk schrijver van charmante Chopin-achtige pianostukjes, eindigde zijn carrière als een mysticus en componist van welhaast onbegrijpelijke muziek.

 

Sergei Rachmaninov, volbloed romanticus, componeerde in 1891 zijn eerste pianoconcert en bleef zijn leven lang trouw aan de stijl, die van meet af aan bij het grote publiek in de smaak viel.  Criticasters vonden de flamboyante Scriabin hoogst interessant en beschouwden de naar Amerika uitgeweken Rachmaninov als een creatieve nobody van Slavische smartlappen. Wat een onzin! Scriabins onvoltooide opus ‘Mysterium (L’acte préable)’ is voer voor psychologen gebleven, Rachmaninov voer voor talloze liefhebbers van breed opgezette pianoconcerten.

 

Ja, breed opgezet zijn de vier pianoconcerten van Rachmaninov inderdaad. Het tweede concert is ruim een half uur lang en werd in de jaren 1900 en 1901 consciëntieus gecomponeerd. Haast therapeutische arbeid! In de vier voorafgaande jaren was de componist namelijk in een diepe creatieve depressie geraakt. Zowel zijn eerste symfonie als zijn eerste pianoconcert waren verschrikkelijk geflopt.  Om uit het dal te raken was hem geadviseerd om de zinnen te verzetten en een nieuw pianoconcert te schrijven. Ook dit werk stamt dus nog uit Rachmaninovs prerevolutionaire jaren.

 

Na zijn afstuderen aan het conservatorium van Moskou legde Rachmaninov zich toe op optreden als solist, dirigent en componist. Brood op de plank was vereist, want de familie had financieel forse aderlatingen geleden. In november 1901 vond de première van het concert in Moskou plaats. Rachmaninov was vanzelfsprekend zelf de solist. Hij bezat – populair gezegd – kolenschoppen van handen, waarmee hij onwaarschijnlijk grote intervallen op het toetsenbord kon omspannen. Het concert oogstte ‘God zij dank’ veel bijval. Dit tweede concert werd van meet af aan een van Rachmaninovs meest populaire scheppingen.

 

Muziek om bij te smelten

Schijnbaar uit het niets treedt de solist stapvoets naar voren. Pas na deze duistere openingsmaten  zetten de strijkers het melancholische thema van het Moderato in. Dadelijk voor de toehoorders hét feest der herkenning! De muziek stroomt in behaaglijke golfbewegingen. Het orkest draagt het thema, de solist omspeelt de melodie. Stroomversnellingen verlevendigen de voortgang, zodat de ritmiek af en toe markanter wordt. De rollen worden omgekeerd. Melodie in de piano, begeleiding in het orkest. De hoorns kondigen de reprise aan. De stroom deint kabbelend verder. Rachmaninov voorkomt stil aan wegsterven. Een krachtig tuti besluit de beweging.  Adagio sostenuto: in samenspraak met de (hout)blazers speelt de piano de aanminnige melodie. De innigheid wordt strofe voor strofe intenser.

 

Het aandeel van de strijkers in de dialoog met de piano wordt hartstochtelijker. Muziek om bij te smelten. Na een korte onderbreking volgt het slotdeel, Allegro scherzando. Best een overgang van het minnespel van het middendeel naar de robuuste dynamiek van het concertante (wedijverende) samenspel van solist en orkest. De smeuïge romantiek uit de voorgaande delen vormt een spectaculair contrast met de hitsige kozakkendans. Tot slot van het concert trekt Rachmaninov alle registers open en verwent de toehoorder op een spectaculaire uitsmijter.

 

Johannes Brahms (1833-1897)
Symfonie nr. 1 in c, Op. 68


Un poco sostenuto – Allegro, 2. Andante sostenuto, 3. Un poco allegretto e grazioso, 4. Adagio -Piu Andante – Allegro non troppo, ma con brio

Jarenlang schoof Johannes Brahms het naar buiten treden met een – naar eigen kritisch inzicht – volwaardige eerste symfonie voor zich uit. Hij was bepaald een luchthartige flierefluiter. Aan onrijpe probeersels had hij geweldig het land. Aanzetten tot een symfonisch werk waren er te over, maar voordat de componist met een creatie zelf vrede had, verdwenen heel wat nootjes in het ronde archief. Een Brahms-symfonie mocht vooral geen slap aftreksel van een Van Beethoven-symfonie zijn. Dat viel de componist niet licht. Zijn eersteling – er zouden nadien nog drie fantastische symfonieën volgen – werd uiteindelijk pas in 1876, toen hij al 43 jaar oud was, in Karlsruhe aan den volke ten gehore gebracht. Het werk werd van meet af aan bewonderd. En terecht! Het is een machtig opus in vier delen, met een glorieus slot.

 

De opening, Un poco sostenuto, heeft iets weg van een promenade. De hoofdpersoon zoekt stap voor stap zijn of haar weg. Tastend, koud, lauw, warm, warmer… het geconstrueerde hoofdthema van het Allegro, vol reuzensprongen en tegendraadse syncopen, hoor je als het ware aankomen. Gevonden! De vaart zit er meteen goed in. De hoorns kondigen de overgang naar het zangerige neventhema aan.

 

Herhaling van motieven

Brahms bedient zich regelmatig van de techniek van de ‘sequenz’ (herhaling van motieven) hoger, hoger naar een climax. Met de strijkers ebt de expositie weg. Dan volgt in een vriendelijker toonzetting de doorwerking. Geniet van de lieflijke soli van klarinet en hoorn. Het hoofdthema blijft geagiteerd aandacht vragen. De sequenz leidt wederom naar een triomfale climax. De reprise voert na alle krachtpatserijen naar een opmerkelijk ingetogen slotcoda. Echt viriele muziek van een man in de bloei van zijn leven!

 

Magistrale hymne op de schepping

Het Andante sostenuto mijmert in een troostrijke, milde stemming. De muziek is heel verhalend. Strofe na strofe wordt een ‘Lied ohne Worte’ gezongen over… De dramatische middensectie van de beweging voert de luisteraar kortstondig naar de Hongaarse poesta. Het Andante klinkt in het vervolg steeds inniger (violen), zeg maar gerust euforisch! Het Un poco allegretto e grazioso is precies wat de titel aangeeft: gracieus, vooral niet pretentieus. Het is alsof de componist in dit bijna terloopse allegretto even wil zeggen dat we niet alles even serieus moeten nemen. Daar heeft hij ook wel reden voor, want het gigantische slotdeel, Adagio – Più Andante – Allegro non troppo, ma con brio, is allesbehalve een flierefluiterige niemendal. Het doorwrochte deel is welhaast een complete symfonie op zich. Brahms’ eersteling eindigt in een magistrale hymne op de schepping. Super!